Het leven van een paardenliefhebber

|
|
Mijn naam is Wiel Jansen. 67 jaar. Ouwe kop
maar jong van geest! Gepensioneerd maar op veel fronten nog zeer aktief, onder
het alom bekende motto: Rust,roest. Uit noodzaak heb ik de taak als
penningmeester van de Menvrienden Euregio Parkstad op mij genomen. Mijn grootste
tegenstander is Onrecht
In mijn prille jeugdjaren toen nog bijna
alles met het paard werd vervoerd was ik reeds vroeg gefascineerd door de uitstraling
en de kracht van het PAARD.
Ik was dan ook overal te vinden waar het
paard voor de wagen stond. |
Bij de boer op het veld. Met de kolenboer mee op de kar naar de mijnen
om Kolen, hout en slik (sjlam) te halen. De kolen werden tegen een kleine
vergoeding van Hfl. 0,35 (35 cent) per zak van 35 kg. bij de klanten tot in
de kelder bezorgd. Bij de bakker, de melkboer, en de groenteboer op de kar. Ik
mocht de leidsels (toen: "de lieng”) vasthouden en het paard besturen. Toen had
ik nog niet in de gaten dat die paarden hun klantenkring reeds uitwendig konden,
en dat mijn aanwezigheid op de bok eigenlijk overbodig was. Bij drie laatst
genoemden liepen de bezorgers dan ook meestal naast de kar. Al schrijvend in
hun klanten pofboek. Die paarden wisten zelf wel de weg. Dus mijn stuurfunctie
had helemaal geen doel. Toentertijd betaalde bijna niemand dagelijks contant.
Betaald werd er toen één keer in de maand, of helemaal niet. De bezorgers
hadden dan ook op het eind van de maand bij "d’r oetgank” (maandelijkse
hoofdafrekening voor de mijnwerkers) de handen vol om op tactische wijze hun
geld te incasseren.
Er waren toen wel opvallend veel mensen die destijds de deuren niet
openmaakten als zij aanbelden vond ik. De bezorgers vloekten dan als een
ketter, want zij moesten op het eind van hun dienst ook verantwoording afleggen
bij hun baas! Zij wisten uiteraard wel waarom ze voor gesloten deuren stonden.
Wanneer je de kruidenier en de slager er nog bij neemt, die op het eind van de
maand betaald moesten worden, waren moeders weer blut en begon het spelletje
weer van voren af aan.
Er waren dan ook veel huismoeders die manlief al bij de uitgang van de
mijnpoort opwachtten om zo te beletten dat hun man niet meteen in de naastgelegen
kroeg dook om er enkele uren later laveloos uit te buitelen. Veel vrouwen
moesten manlief zelfs met ruzie uit de kroeg sleuren en hun onlangs gevuld
papieren zakje met loon inhoud letterlijk en figuurlijk veroveren om hun maandelijks
oplopende schulden te kunnen betalen.
Toen had ik mij al reeds steevast voorgenomen: "dat gebeurd mij later
nooit”. Daardoor ontstonden schrijnende situaties. Je kon al aan de kleding en
schoeisel van de jongeren zien hoe het thuis met ze gesteld was. Maar dit
eventjes terzijde. Ondanks armoede hebben wij allemaal toch een prachtige jeugd
gehad. Heel anders als nu. Wij vermaakten ons toen al veel in het bos en in de
natuur, en kregen veel respect bijge-bracht voor mens en dier! Op mijn 10e
levensjaar stierf mijn vader op 39 jarige leeftijd aan stoflongen door het werk
in de mijn na een ziekbed van 11 jaren. Dit heeft een grote impact op mijn
leven gehad. Moeder bleef met 3 kinderen achter. Het heeft mij wel al vroeg veel
sterker en zelfstandiger gemaakt.
De opkomst van de (vracht)auto en de tractor destijds begon het zo
geliefde en onuitwisbare paard langzaam te verdringen. Door sluwe verkopers werd
de mensen voorgehouden dat dit de goedkoopste variant van vervoer voor de
toekomst werd. De hoefsmeden, dierenartsen, zadelmakers, en wagenbouwers, stoffeerders
en aanverwante beroepen gingen toen barre tijden tegemoet. Er hoefden geen
graasweiden meer gepacht te worden, en geen tijdrovend werk voor het in- c.q.
opslaan van klaver, hooi, stro, haver, bieten enz. meer gedaan te worden. En
uitmesten meer waar toch al iedereen een hekel aan had na een vermoeide werkdag.
Geen dierenarts of hoefsmid meer, de (vracht)auto nam je als je die
nodig had en zette hem aan de kant tot de volgende dag
De brandstof kostte destijds bijna niks. Je kon er ook nog s’zondags droog
mee naar de kerk, en/of met vrouwlief mee gaan toeren, zo werd hun voorgehouden.
Zo moesten de trouwe en hardwerkende paarden het veld ruimen voor de nieuwe
toekomst. De banken en verzekeringen floreerden door de aanstormende leningen
en het verzekeren. Er ontstonden nieuwe beroepen zoals: de carrossier
(plaatwerker), de automonteur, de autospuiter, de bandenspecialist, (toe)leveranciers
van auto onderdelen. Duitsland was toen de marktveroveraar met de bekendste merken
als: Volkwagen, Daimler Benz de latere Mercedes Benz. De alom bekende Opel in
veel varianten. De vroegere Borgward
de Ford, enz.enz.
De paardenfokkerij kreeg een flinke klap. Bepaalde foklijnen werden
zelfs met het uitsterven bedreigt.
Mede door de KNHS en échte liefhebbers hebben dit met hun belangeloze
inzet weten te voorkomen.
Het fenomeen veranderde. De "knol” (het boerenwerkpaard) was ver uit
het zicht verdwenen maar vraag naar wedstrijd- en recreatie paarden werd jaren
later weer levendiger. Toen werden er afwisselend weilanden in verschillende
dorpen en gehuchten en beschikbaar gesteld voor het houden van "de wilde baan
wedstrijden” waar het bij de start niet altijd zo eerlijk aan toe ging, en het wel
eens met een vechtpartij werd beslecht om zijn of haar gelijk te behalen, om
het dan later bij een pilsje weer te sussen. Het liep meestal wel goed af
zonder blijvende rancunes
Dat was weer kenmerkend voor het paardenvolk. Een hecht kliekje waar
geen ruzie werd geduld.
In de 70er jaren van de vorige eeuw ben ik nog voorzitter geweest van
de ponyclub Abdissenbosch. Onder de wedstrijdjeugd ging er het dikwijls hard
aan toe. Kinderen weten van geen wijken. Die willen allemaal winnen. Ik had toen
met geluk de New Forrest merrie pony Irma gekocht op de paardenmarkt in Hedel
waartegen niemand meer op kon. Mijn ruitertje Henkie Niels won toen alle
wedstrijden. De kinderen werden nijdig. Niemand kreeg meer een kans. Ik was
natuurlijk zo trots als een pauw.
De renbaan kwam, de "wilde baan”verdween, en ik verkocht mijn Irma naar
Geleen.
Ondanks mijn hard werken in verschillende beroepen is mijn paardenvirus
nooit verdwenen. Als kind droomde ik s’avonds dat ik met pony en kar over door
de bossen zwalkte. Ik beloofde mijzelf om later met mijn kind die droom te
verwezenlijken, hetgeen ik ook heb gedaan. In de 80er jaren heb ik op de Heihof
bij Chris Haazen mijn ruiterbewijs gehaald. Na een periode van plm. 10 jaren
rijden onder het zadel heb ik mij door Herman Dassen laten overhalen om in het
jaar 2000 het mendiploma te halen. En daarna het tweespan. Ik heb het nooit berouwt.
Rudy Lisson heeft mij de kneepjes bijgebracht, waardoor het koetsieren voor mij
pas een echte ontspanning werd. Rudy is er helaas niet meer maar toch …….bedankt!!
Mooie tijden gekend met en in dat paardenwereldje. Een heel apart volkje. Ik zou
zo graag de ouders willen aanraden om hun kinderen met het paard(je) kennis te
willen laten maken. Heel goed voor Lichaam en Geest. De ervaring heeft mij
geleerd dat kinderen die in het paardenwereldje bezig zijn meestal goed terecht
zijn gekomen. Ikzelf heb 17 jaar mijn zieke moeder verzorgd. Mijn paarden
brachten mij steeds weer geestelijk in balans, en gaven mij de kracht om dit
tot een goed einde te volbrengen. Voorheen heb ik steeds meerdere grote paarden
gehad. Maar nu heb ik nog mijn witte ponnie, Quibes van 135cm, die ik voor de
dood heb gered en voor de slachtprijs van € 100,00 heb gekocht compleet met
zadel en mentuig, omdat hij er zo slecht aan toe was, en de eigenaar door persoonlijk
trieste omstandigheden ten einde raad. Het paardje kon geen meter meer vooruit.
Elke dag weer toont hij mij op zijn eigen manier z’n dankbaarheid als
hij zacht hinnikend begroet.
Nu is hij reeds lang weer zo fit, dat hij mij inmiddels ook zijn verborgen
streken heeft getoond.
Beste mensen ben ik geen gelukkig mens om op zo’n mooi paardenleven te
mogen terugblikken ?
Maak eens vrijblijvend kennis met de Menvrienden Euregio Parkstad in
clubverband, en proef de sfeer in de aanwezigheid van het PAARD
|